finishfotovalencia2018.jpg

Marathon Valencia 2018

  • Christophe

“Hopelijk was het gewoon nood aan zon.”, schreef ik in de vorige blog. De temperaturen in Valencia draaiden volgens meteovista rond de 20 à 22°C, geen wolkje aan de lucht. Ideaal om helemaal marathonklaar te geraken.

Vrijdag om 10u30 hadden we ‘de vlieger’ op Zaventem, ’s middags dus in Valencia. We vlogen over Benicassim, de trainingsplek voor onze winterstage met team paluko.
Dit jaar boekten we een appartementje via airbnb. Niet alleen goedkoper dan een hotelkamer (we bleven 5 nachten, dat telt door), ook iets makkelijker qua organisatie voor bv. de ontbijten. Het werd verder een rustige dag: inchecken, wat eten (stapelen!), wat drinken, wat bijslapen, boodschappen doen en paëlla eten.

Op zaterdag gingen we naar de beurs, en daar waren we niet alleen. Duizenden extra lopers dit jaar, dat merkte je: het duurde allemaal net iets langer om je nummer en zakje af te halen. Geen ramp natuurlijk, de ‘Ciutat de les Arts i les Ciències’ blijft erg mooi om in rond te wandelen.
Namiddag doken we even de Turia in ‘to soak up the sun’ en wat los te lopen. Dat loslopen was bemoedigend: lagere hartslag, veel beter gevoel en het marathontempo voelde niet meer buitenaards aan. En dan had ik mijn vaporfly’s nog niet aan ;-) -
Die avond volgde nog de onontbeerlijke pasta. San Tomasso is een écht Italiaans restaurant. Dat merk je niet alleen aan de Italiaanse bediening, maar ook aan het feit dat de Italianen dit restaurantje opzoeken. Het heeft dus een reputatie. San Tomasso is ook het enige Italiaanse restaurant dat een gewone pasta ‘al pomodoro’ serveert… en dus waren 8 op de 10 klanten marathonlopers. En stond er bijna meer volk buiten te wachten op een tafeltje dan dat er in de zaak terechtkan. Eten deden we dan ook pas na 21u, niet ideaal maar wel de maaltijd die ik nodig had.

Hét plan en dé uitvoering.

Nieuw voor mij: ik kon onmiddellijk de slaap vatten. Loes ook blij waarschijnlijk, want zij waakt over mij de nacht voor de marathon. Toen ’s morgens om 5u45 de wekker ging, was het eerste wat ik zag dat de rusthartslag voor het eerst sinds dagen weer onder de 50 zat. Erg bemoedigend en net wat ik nodig had. Fotootje gemaakt van de grafiek en doorgestuurd naar Joris. Tussen de oren zat het goed.

De curve

Het plan dan.

Op zich is het simpel: ik hou van controle en omdat ik nog niet gecrasht ben tijdens een marathon (en daar énorm schrik voor heb) is het zeker niet de bedoeling om té snel te starten. Zo vlak mogelijke tijden dus. Dat is deel 1 van het plan.
Dan nog het tempo bepalen. Op basis van Zolder mocht een tijd tussen 2u45 en 2u47 eigenlijk geen probleem zijn. Parijs was Venlo x 2 +13’. In Valencia zou Zolder x 2 +13’ resulteren in 2u45. Tot zaterdag leek dat toch lastig, na het loslopen zaterdag en de lagere polsslag zondagochtend gelukkig niet meer.
2u45 is 3’55 per kilometer. Starten dus rond de 4’00 maar zeker niet trager dan 4’00, want dan zou ik kilometers MOETEN draaien onder de 3’50 en daar mag je niet van uitgaan dat dat lukt of makkelijk is. Oké, deel 2 van het plan is ook rond.

Samengevat: zo vlak mogelijk rond de 3’55.
Da’s snel... Ik heb dit jaar nog slechte dagen gehad waar ik wedstrijden van 10km finishte aan 3’51 en helemaal kapot was (Aterstaose Jogging en Terrasjogging). Kapot zijn mocht nu ook wel, maar dan wel pas na 38km i.p.v. 10.

En daar komt dan deel 3 van plan kijken: het mentale aspect.
Mijn truc: ik loop géén marathon. Ik klok kilometer per kilometer (tip: doe dat manueel, niet automatisch o.w.v. afwijking gps) en elke kilometer staat op zichzelf. Geen sommetjes maken, niet vergelijken met de vorige. Gewoon checken of ik nog op tempo zit en dan die kilometertijd ‘wissen’, niet kijken naar het gemiddelde of niet tellen welke tijd mogelijk is. Enkel op de halve marathon kijk ik naar mijn tussentijd.
Nee, mijn marathon duurt geen 42km. Mijn marathon kap ik in stukjes, van Loes naar Loes, van bevoorrading tot bevoorrading. Ik kijk naar mijn referentielopers i.p.v. naar mezelf. Want no way dat ik 42km aan 3’55 kan lopen. Works fine. Spoiler alert: ik wist pas op 700m van de finish dat ik 2u43 ging halen. Omdat een Nederlander het aan de kant riep. Niet omdat ik naar mijn totale tijd keek.

Over naar de uitvoering!

Stress voor de start: de bussen die ons gratis richting start brengen, zitten natuurlijk overvol. En stoppen dus niet aan de bushalte waar nog enkele Belgen braaf zitten te wachten. Na 4 bussen beslissen we om te voet richting start te trekken. 2km te voet vs 2km met de bus duren natuurlijk wel langer. En ik heb al nooit overschot (om niet te zeggen dat ik altijd te laat ben).
Zakje toch op tijd afgeleverd en gelukkig had ik een ‘blauwe nummer’ en mocht ik dus in het blauwe startvak gaan staan (sub 2u50, redelijk vooraan). Ik sta achter 2 Nederlanders, wens hen succes en vraag naar hun doelen. 2u40, te snel voor mij. Daar moet ik me al niet op richten. Geen Wim of Tim dit jaar om de spanning te breken.

8u30 en weg zijn we, de brug over. Drukkere start dan Parijs, want meer ‘prestatielopers’ en geen Champs-Elysées. Die eerste kilometer wordt het dus wat drummen.

We zijn 600m ver en mijn compressiekousen hangen op mijn enkels. Da’s niet de bedoeling. Nu al stoppen in het gedrum? Even wachten? Of ze daar laten bengelen? Op 1,3km beslis ik om te stoppen. Even een plaats zoeken waar ik achter een wagen kan springen, zodat ik niet omvergelopen wordt. Even ook opletten wie er voor mij liep, zodat ik wel het gat dichtloop, maar mij niet vergaloppeer – controle, weet je wel. De stop kost me hooguit 6 seconden en voor de rest van de marathon blijven de kousen zitten.

19’34 na 5km en dus 3’55/km. Die split zag ik nog. Perfect op schema ook.
Na Parijs was ik erg tevreden met een blokje van 19’59, want wauw, sub 4’/km in een marathon! Spoiler alert 2: dat eerste blokje van 5 is het traagste blokje van de dag. Vorig jaar nam ik hier nog gelletjes om de 5km, wat perfect samenviel met de bevoorradingsposten. Maar door het hogere tempo (20”/km) en dus het risico dat ik er te vlug opnieuw moet nemen, schakel ik over naar om de 6km. In het ergste duurt het dus 4km eer ik kan doorspoelen, so be it.

Loes staat na de bocht van 180° rond kilometer 7. Rechts-links-links-rechts hadden we afgesproken. Ik deed teken dat het goed ging. Ondertussen had ik mijn 2 referentielopers gekozen. Eén van de Nederlanders liep net voor mij, dat was er dus eentje. Betekende dat ik iets te snel liep en hij net te traag. De andere was een Brit, die een erg mooie loopstijl had (zijn pasfrequentie was mooi om naar te luisteren zelfs!) en dito Nikes aan de voeten.
Nog een paar kilometer later zitten we samen in een groter groepje. De Nederlander herkent mij. Dat “die sub 2u50 geen probleem mag zijn bij dit tempo”, zegt-ie. “Voorlopig voelt het goed aan”, antwoord ik. 19’19 was het 2e blokje van 5.
Op het volgende punt, tussen 14 en 15km, staat Loes links. Alles nog altijd onder controle. Haar volgende punt wordt dat van 30, waar de marathon pas écht begint laat ons zeggen. 19’26 voor blokje 3.

Links de Nederlander, rechts de Brit: mijn metgezellen van de dag.

We komen in een zone waar er érg veel supporters staan, richting Mestalla. De rest lijkt te versnellen, dus laat ik wat meters. Tegen de halve marathon zit ik er weer bij, 1u21’44 zegt de horloge en dus goed op weg om die 2u45 te halen.
We lopen langs de haven en naast het Turiapark richting de binnenstad. Op dat stuk liggen de weinige hoogtemeters die gemaakt moeten worden. De wind blaast tegen en dus wordt het iets meer duwen. Ik hou het tempo wel vlak en loop ‘weg’ van het groepje van een man of 15. De Brit pakt soms wat meters, maar eigenlijk lopen we alle 3 heel constant. 5e blokje in 19’20.

Op km 27 lopen we over een brug over het Turiapark het centrum in en zijn we dus beschut door de gebouwen. Nog 3km tot Loes. Ondanks wat meer bochten lukt het mij om de kilometertijden strak te houden. Ondertussen beginnen we te vlugge starters te passeren - en de echte muur moet nog komen hé. 6e blokje in 19’26.

Loes staat even later aan de linkerkant. “Nu wordt het moeilijk.”, roep ik. 10km zonder Loes, dat wordt dus optellen tot 5 en dan weer aftellen. Mentaal spelletje om niet te hard aan de zwaarste kilometers zelf te denken. Op km 32 staat er een boog met iets in de aard van “loop door de muur” en een speaker die ons opzweept. Helpt echt wel.
Vanaf dan kan ik aftellen in de single digits, dat is mentaal een opsteker. Het veld dunt echt uit en we blijven lopers inhalen. Na 34 km staat er opnieuw een brug over de Turia te wachten op ons, aan de dierentuin. Die lichte stijging doet pijn aan de bovenbenen. Maar écht pijn. Van de ene seconde op de andere voelt het lopen érg lastig aan. Zo'n zwaar benen. Beetje paniek.

“Shit, dit houd ik geen 8km meer vol.”

Moet die guarana nog niet in gang schieten? Als dit de man met de hamer is, moet ik dan sebiet gewoon het tempo laten zakken of eindig ik op een bankje zoals Joris? Kan het gevoel nog beteren zo laat in de wedstrijd?
Die gedachten malen in mijn hoofd, maar na ongeveer 700m verdwijnt het pijnlijke gevoel grotendeels. De pijn die ik voel en de moeite die het kost, dat is nu de ‘gewone’ marathonpijn. Nog eens 19’26 op blokje 7. Kan het vlakker?

We lopen opnieuw richting het centrum en dat zijn de kilometers die in licht dalende lijn gaan. Sommige lopers wandelen en stretchen. Ik passeer een Belg en pep hem op. Niet veel later nog eentje: “Kom op man!”. Zijn vat leek af.
Nog 3km tot bij Loes. Vorig jaar voelde ik mij hier toch wel een stuk slechter. Nu zie ik nog de uitgestoken handen van de kinderen. Volhouden! Op km 39 staat de ‘plaza de torros’, die ik in 2017 ook niet zag. Nu wel. Het gaat goed! Ik visualiseer mij die laatste kilometers van centrum tot finish. De Spanjaarden supporteren hard en voor iedereen. Zalig! We komen aan het rondpunt waar Inge vorig jaar stond. De Nederlander en de Brit heb ik al zeker 7km niet meer gezien, maar op de foto’s die Loes maakt op km 40 zie je ze allebei even achter mij lopen. Geweldig toch?
Loes staat dus aan de rechterkant en ik zie haar van ver. Ogen schieten vol, zij hoort het. Blokje van 19’27.
De controle blijft, ik ga niet meer stilvallen. Versnellen dan maar? Kan ik de pasfrequentie wat verhogen? Km 41: 3’49. Van 41 tot 42 duik je de nieuwe stad in. Letterlijk. Via een kasseienpad. Auwtch! Vorig jaar schoot ik daar extra in de kramp en moest ik vertragen. Dit jaar deed het ook pijn, maar probeerde ik wat tempo mee te pakken. Langs de kant roept een Nederlander dat we gaan finishen in 2u43. Dat moest natuurlijk wel, want ik had geen tempo verloren. Maar omdat ik het vertik van te tellen (ook omdat ik slecht ben in wiskunde ;-)), wist ik dat dus niet.

Die laatste meters doen pijn maar het euforisch gevoel overheerst. Km 42: 3’40. We lopen de blauwe mat op, over het water. Nog wat versnellen, paar man voorbijsteken. Vuistjes maken. Klok afduwen.

2u43’22

Wat was dat? Marathon 3 en een grotere tijdsprong dan de vorige: 2u58’47 > 2u51’54 > 2u43’22. Gert had het voorspeld, maar zelf wou ik dat niet geloven. Het werd niet alleen 'breaking 2h50', maar tevens 'breaking 4'/km' en 'breaking 2h45'. Blij zijn is dan ook een understatement.
Jan, de Nederlander, finisht in 2u43’53. We highfiven mekaar en wensen mekaar proficiat. Christian, de Brit, zit tussen ons in met 2u43’39. Het waren dus de juiste referentielopers om mijn marathon op af te stemmen.

Na de finish kom ik een andere Brit tegen. “Are they any good?”, vraagt hij, wijzend op de Vaporfly’s. Volgens mij wel. Ik vertel over mijn tijdsverbetering en het slechte gevoel van de afgelopen anderhalve week. En dat het niet anders kan dan dat de schoenen geholpen hebben. “You still have to power them.”, is zijn antwoord. Klopt. Maar hij zou ze toch ook graag hebben, in Londen waren ze uitverkocht eer hij ze kon kopen.

Medaille laten graveren en richting plaats van afspraak. Loes komt er al aan. “Zot!” Zakje afhalen, oude gsm aanzetten en de berichtjes zien binnenkomen. Wauw, dat doet elke keer enorm veel deugd.

Trenara

De marathon is hét orgelpunt na een periode van maandenlange training. En als die 42km goed verloopt, ook dé beloning. En toch is het maar het tipje van de ijsberg, zowel in tijd als in volume. De trainingen zijn het belangrijkst.
Trenara was die periode een absolute houvast. Ik heb natuurlijk ook geen andere keuze om dat te zeggen, als co-founder en maker van de schema's. Maar met liegen komen we er uiteindelijk ook niet, dus geloof me toch maar! Je eigen trainer zijn is niet gemakkelijk, dus is het goed om het trainingsschema van een app te volgen. Ook al is het het mijne, de app objectiveert het.
De training staat in de kalender, dus je werkt ze af. De tempo's staan in het overzicht, dus je wil er niet te hard van afwijken. De app motiveert, dankzij feedback en de tijden die zich constant aanpassen. Je houdt de vermoeidheidsbalk in het oog om te kijken hoe het herstel verloopt.
Nee, ik ben blij dat ik mijn digitale coach had. Die inderdaad aangaf dat ik sub 2u45 zou gaan, terwijl ik dat amper kon geloven. Ik kan niet anders dan fan zijn van ons eigen product, omdat ik aan den lijve ondervonden heb dat het wérkt.


Afsluiten doe ik graag met een dankwoord aan de vrijwilligers – de hoeksteen van een organisatie. Van de gelukwensen bij het afhalen van de nummer, over de vlekkeloze bevoorrading tot het klappen na de finish. Ook voor hen is het een ongelofelijk druk weekend, met tienduizenden lopers die ze moet ‘servicen’. Ik hoop dat ze beseffen wat een plezier dat ze ons, de lopers, daar mee doen. Hun inzet, woorden en lach betekenen enorm veel.
Als organisator besef je dat niet altijd – druk in de weer om het operationele rond te krijgen. Als loper des te meer.

Bedankt vrijwilligers. Bedankt Valencia.

't Is gegraveerd, dus het zal wel echt zijn.

1000 Characters left