gerry.jpg

Bestaat die runner’s high wel?

  • Gerry

Even de laatste tien jaar in fast forward: afgestudeerd in Leuven, maar niet zonder 20 kilogram te zijn bijgekomen op vijf jaar tijd. Twee jaar later alle overtollige bagage kwijt op eigen kracht: doorgedreven calorieën tellen en zoveel mogelijk verschillende sporten beoefenen op zo’n kort mogelijke tijd. Niet bijster gezond, maar met  resultaat. En toch: nog eens acht jaar later zitten we weer terug halverwege de weg naar boven.

Gebrek aan sport is er nochtans nooit geweest, vooral (zaal)voetbal blijf ik met volle plezier doen. Al gleed ik af van competitief naar semi-recreatief. Misschien niet zozeer qua niveau – zo maak ik mezelf toch wijs – maar eerder op vlak van dedication naar mijn eigen conditie toe. En dat uitte zich ook in vele vervelende blessures. Doorheen de jaren kwam het wel voor dat ik mijn loopschoenen aantrok, maar dat werd ik heel snel beu. Ongetwijfeld herkenbaar voor velen.

Virtuele schouderklopjes
Toch, eens ik bezig ben met lopen, kan ik mezelf echt wel pushen om vol te houden tot het einde. Maar niet zozeer om mezelf pijn te doen, om ook die figuurlijke stap vooruit te zetten. Maar net dat heb je als hardloper nodig om te groeien. En je moet gewoon weten wat je bent aan het doen. Op dat vlak heb ik jarenlang met de handen voor de ogen gelopen.
Mooiste - nu ja - voorbeeld daarvan is de Victors Cup, anno 2017. Op één wedstrijd na heb ik alle manches meegelopen. 10 kilometer, dat lukte nog net. Ik beleefde er zelfs een vorm van plezier aan. Al lag dat meer aan het gezelschap, de omkadering en het terugzien van oude bekenden. De wedstrijden zelf liep ik om mezelf te dwingen om te hardlopen. Daardoor ging ik vaak in het rood, en nog erger: ik liep zonder doel. De omgekeerde wereld. Van vooruitgang was dan ook geen sprake, enkel een paar schouderklopjes en virtuele duimpjes.

Man with a plan
Ons gezin telt vandaag één zoontje. Nummer twee is heel snel in aantocht. De slagzin ‘nu of nooit’ spookte de laatste maanden meermaals door mijn hoofd. Dus koos ik eindelijk eens voor ‘nu’. Als startdatum koos ik clichégewijs voor 1 januari. Dit keer met een persoonlijk loopschema. De kalender vulde ik al voor de komende maanden in. Het doel: stap per stap opbouwen om binnen een negen- à tiental maanden een halve marathon te lopen.
Misschien wat ambitieus gezien mijn haat-liefdeverhouding met hardlopen. Wil ik dat zelf wel? Vind ik het wel leuk genoeg? Om de runner’s high te vinden, beloofde ik mezelf om het dit keer écht te proberen, met andere woorden drie keer per week te trainen. Goede intenties, maar alsof de duivel ermee gemoeid was, hielden verschillende ontstekingen aan enkel en achillespees me de eerste twee maanden op non-actief. Bij de start van de lente gaf mijn lichaam me eindelijk groen licht.

Zo gaat ie lekker
Het moet gezegd, na een vijftiental runs op een dikke maand tijd – een persoonlijk unicum - met afwisselende intensiteitsniveaus en afstanden, heb ik de smaak best te pakken. De echte runner’s high, daar is het voorlopig nog te vroeg voor. Maar voor het eerst in tien jaar voel ik dat ik vooruitgang boek. Stilletjes aan, maar er zit lijn in. Ook dankzij de hulp van mijn medebloggers: advies van Joris, de Garmin-tools van Christophe en de oppeppende woorden van Linsey.

(Extra-)sportieve challenges
Het doel op middellange termijn is dus duidelijk: een halve marathon uitlopen in het najaar, bij voorkeur vlotjes onder de twee uur. Op korte termijn komt daar eerst nog een grote extra-sportieve uitdaging bij: mijn trainingen combineren met een gezin 4.0. Hoe dan ook: de Victors Cup 2018 zal dit jaar niet enkel dienen als overtuigingsmiddel, maar als ijkpunt.

1000 Characters left