marathonparijsgroep.jpg

De marathon van Parijs

  • Christophe

Afgelopen zondag was er de marathon van Parijs. Het plan voor de wedstrijd beschreef ik al: mikken op een PR van 2u56 en zo vlak mogelijk draaien rond de 4’10 per kilometer. Die 2u56 was realistisch, want de raad van Ward was de volgende: “Door de vele intervaltrainingen heb je inderdaad een zeer goede intensieve uithouding en zou ik tijdens de marathon eerder mikken op 2u55 als eindtijd. Veel succes!”.

Tijd voor het raceverslag!

Wim, Joris, Joren en ik zaten al om 6u aan de ontbijttafel in ons hotel. We kaapten de witte broodjes en confituur weg, terwijl koffiespecialist Joris wat aan het sukkelen was met de samenstelling van zijn cappuccino. Om 7u15 trokken we richting start, maar eerst nog snel even op de foto. De wolven waren er klaar voor! Aan de startboxen namen we afscheid van mekaar, vanaf dan was het ieder voor zich.
Als préférentiel stond ik helemaal vooraan op de Champs-Elysées. En neem dat maar letterlijk: de startboog stond geen 15m van mij af. Alleen dat was al een belevenis: Chariots of Fire galmde er door de boxen en wanneer je achterom richting Arc de Triomphe keek, zag je tienduizenden lopers klaar staan voor hun marathon. Kiekenvel! Ik probeerde Wim nog te vinden in de volgende startbox, maar niet te zien.

“Te snel vertrokken”
Om 8u26 klonk ons startschot. Met 2u58’47 hoorde ik bij de traagsten in het vak. Heel verleidelijk dus om te snel te starten, zeker omdat ik weinig op marathontempo had getraind (en ik telkens iets te snel liep). De Champs-Elysées loopt naar beneden, je neemt dus automatisch wat vaart mee. Mijn eerste kilometer drukte ik af in 4’03. Te snel. Ook al heb je maar net die eerste kilometer achter de kiezen, je denkt al aan de laatste. Dit tempo kan ik niet trekken, het moet trager. 4’11 was dan ook al wat beter tijdens die 2e kilometer. Ondertussen zat ik ‘stabiel’ in de groep en werd er niet meer langs links en rechts voorbijgestoken. Dat is al wat comfortabeler. Eén idiote voetganger stak de weg over, liep bijna iemand aan en kreeg 1000 verwijten naar zijn kop geslingerd. Ik moest onmiddellijk aan Tim in Valencia denken.

We lopen richting km 5 en Place de la Bastille, het eerste bevoorradingspunt. Gelletje en waterke nemen. Enkele meters verder staat Loes, links van de weg zoals afgesproken. Op 5km klokte ik 20’35 en dat was 15 seconden te snel – niet perfect om vlak te lopen. “Te snel vertrokken” riep ik naar Loes, wat boos op mezelf. Wist ik veel dat de app mij als startuur 8u28 had gegeven ipv 8u26 en dat mijn gemiddeld tempo dus 3’40 aangaf ipv 4’05. Voor iedereen die volgde leek het dus écht wel op een te snelle start, en zelfs een lompe zet. Wie start nu in verzuring op een marathon? Gelukkig was het niet zo!

Referenties
Tijdens die eerste 5 kilometer had ik mij al 2 referentielopers uitgezocht. 2 mannen die er afgetraind uitzagen, maar ook al wat grijze haren hadden. Mannen in vorm met ervaring dus, eentje in het oranje en eentje in het rood. Ze leken vrij vlak te lopen, perfecte metronomen voor iemand zonder al te veel ervaring. Kilometer 8 liet ik ze echter wat meters te pakken, want het was onze eerste stijgende kilometer. Niet opblazen was het devies, want ik was al wat te rap weg. Maar ik hield ze in het oog en de ‘rode man’ van de club van Rodez, waar van Van Avermaet zijn eerste Tourrit pakte, nam de beklimming ook rustiger aan. Rustiger was 4’12 bergop, wat ook relatief snel is wanneer 4’10 het doel is. Op kilometer 10 zaten we al bijna weer met z’n drieën samen.

“Ik probeer het”
De tweede 5km splitte ik in 20’40. 5 seconden trager, maar nog altijd te snel. Een West-Vlaming passeert mij en we slaan even een babbeltje. Hij wil voor 2u47 gaan, ik hou het nog steeds op 2u56 en de bemerking dat ik dus te snel loop. En weg is hij, hopelijk slaagde hij in z’n opzet.
Decision time wel: als ik wil vertragen, moet het nu. Want uitstellen betekent dat ik mijn reserves zal opgebruiken. Ik beslis om het tempo vast te houden, rond die 4’07, want het voelt goed. De negatieve split waar ik van droomde, berg ik dan maar op. Het was een marathon om te kijken wat er lukte met een minder specifieke voorbereiding, dan ook maar iets te enthousiast aanpakken.

Loes
Ik moest het een halve marathon zonder Loes doen. Pas op kilometer 28 zou ik haar opnieuw zien. Dat is lang, maar het motiveert ook wel, want je kan aftellen naar iets anders dan naar de finish. De kilometers af- en optellen doe je trouwens constant tijdens een marathon. It’s a mental game.
Maar Loes kon zich die halve marathon enkel baseren op de app, die dus al fout zat na 5km.
Telkens ik over de mat loop, besef ik dat Loes, familie, vrienden en andere volgers een indicatie krijgen van hoe ik mij voel. En ik voel me goed. Zelf reken ik niet met (opgetelde) tussentijden, ik druk gewoon kilometer per kilometer af.
Mijn derde (20’32) en vierde (20’26) blok van 5 kilometer waren er nog steeds boenk op. Wist ik veel dat mijn tussentijd bij kilometer 15 niet onmiddellijk was verschenen en dat er al gevreesd werd dat ik, in combinatie met die start aan 3’40, mij opgeblazen had. Berichtjes vlogen op en af naar Loes, die natuurlijk ook niet wist hoe en wat.

(Over) De helft
De halve marathon klok ik af in 1u26’39, een meter of 20 achter mijn rode en oranje referenties. Toen ik voor de start droomde van de negatieve split, rekende ik op 1u28 voor deel 1 en 1u27 voor deel 2. De benen voelden natuurlijk nog altijd goed, twee weken eerder liep ik 7’ sneller in Venlo. De marathonlopers onder jullie weten echter dat de échte marathon dan pas begint – zeker in Parijs.
We lopen opnieuw richting Place de la Bastille, waar er echt een massa volk langs de kant staat. Er volgt een héél mooi stuk langs de oever van de Seine, met zicht op de Notre-Dame. Iets na kilometer 25 (blokje 20’19) lopen we de kaai terug naar omhoog. Ik heb er mijn referenties voorbijgestoken. Het Louvre zien we niet, want daar lopen we in een tunnel van meer dan 1 kilometer lang, die ze volgestouwd hebben met Aziatische monsters en, vraag me niet waarom, rook om de lichteffecten mooier laten uit te komen. Aparte belevenis, dat wel.
Ik loop rechts, want Loes zou hier in de buurt moeten staan. Ondertussen wissel ik een paar woorden met een Brusselaar, Olivier, perfecte afleiding. Rond kilometer 28 hoor ik Loes hard schreeuwen, haar zien geeft weer een boost. Links voor ons ligt de Eiffeltoren, maar bij de echte passage aan Trocadéro en Eiffeltoren lopen we weer even onder de grond. Volgend blokje van 5 is er eentje van 20’21.

Negatieve split?
We zitten nu op kilometer 30 en lopen richting Bois de Boulogne, waar de laatste 8km verpakt zitten. De lastigste kilometer is 34, een rechte weg die omhoog loopt. Bij de start van die kilometer passeer ik een Fransman die ook nog lucide zit: “ah, un belge!”, roept-ie. De benen voelen niet meer fris natuurlijk, maar wel nog goed. Ik klok die lastigste in 4’00 en krijg hoop. Qua parcours zijn de zwaarste stukken gepasseerd: geen tunnel of brug meer, enkel nog wat stijgende meters in de laatste kilometer. Ik ga Loes ook nog twee keer zien, op 38,5 en 41. En bovenal: ik loop nog altijd. Het is niet trekken en sleuren.

En dus beslis ik om zelfs wat te versnellen.
Van 30 tot 35: 20’12. Snelste blokje tot nu toe. Maar omdat ik enkel kilometers tel (+ gelletjes) en geen blokjes, weet ik niet naar waar ik op weg ben. Sub 2u55 sowieso, want ik draai geen kilometers van 4’10 of ‘trager’. Gemiddeld geeft de klok 4’04 aan, maar dat klopt niet helemaal want de klok geeft ook een 150m extra aan op dat moment. En dan nog: schema 4’05 heb ik nooit bekeken, dus ik wist ook niet welke tijd dat zou zijn op de marathon. Zou het nog sneller kunnen? Ik probeer onder de 4’00 te duiken. Loes staat op 38,5 en ze roept wat ik voel: “Goed bezig Christophe!”. Mijn 2 vuistjes gaan de lucht in. Die laatste blok van 5 kilometer loop ik in 19’59. Wow! Ik kijk voor het eerst sinds de halve marathon naar mijn totale tijd en zie 2u43 en iets staan. 2u52 moet lukken, want het voelt niet alsof ik ga instorten.

Hand in hand
Loes staat er opnieuw net na kilometer 41 en schreeuwt mij richting finish. Olivier steekt mij voorbij op het hellende stukje en wil me meesleuren, maar ik bedank. De benen zijn op en ik ben blij met wat ik heb.
De Fransman van “ah, un belge!” komt langs mij lopen in de laatste rechte lijn en zweept mij toch nog op. Ik versnel samen met hem en geef hem een hand terwijl we over de groene loper lopen.
We zijn binnen! 2u51’54, een paar vuistjes, ene dikke merci aan de Fransman en een schreeuw. Wat een wedstrijd!

Blijkbaar loop ik ook al een paar kilometer met een lichte bloedneus (’s nachts nog gekrabt, want het jeukte…). Olivier, die net voor ons finishte, vraagt of ik dat wist. Nee dus, gelukkig geen last van gehad. Een vriendelijke vrouw aan de t-shirtstand gaat op zoek naar een papieren zakdoekje, zodat ik me wat kan proper maken.
Ons rendez-vous was het zebrapad op de Rue Spontini. Dat zijn bizarre momenten eigenlijk: zielsgelukkig, maar nog niemand bekend om het mee te delen. Het was wachten op Loes, die ging wachten tot Wim passeerde. Een Franse student journalistiek ziet mij daar zitten en interviewt mij. Ik zie Loes zoeken naar de juiste straatnaam. “Gij zijt zot!”, is haar verwelkoming. “Wat is van de rest?”, vraag ik. Wim is binnen in een schitterende 3u06 en op weg naar ons. Joris en Joren hebben hun tempo moeten laten zakken.
Wim en ik vallen mekaar weer in de armen. Voor het eerst liep Wim een vlak tempo (1u33/1u33) en overwon hij enkele demonen onderweg, na veel twijfels tijdens de laatste weken. Wat hij klaarspeelt met zijn job is bewonderenswaardig. Joren wist dat het einde moeilijk ging worden, maar Joris zijn verval hadden we niet voorspeld. De warmte, maar ook blijkbaar opnieuw de maag. Zo zonde na alweer goeie trainingsarbeid! We blijven zoeken tot we een oplossing vinden voor zijn probleem.
Ward van Energy Lab stuurde na de finish een mailtje met een dikke proficiat. Die tijd hadden we niet verwacht met de test in gedachte...

En soms worden verhalen nog specialer
Eens de foto’s online stonden, zocht ik onze Fransman waar ik hand in hand mee over de finish kwam. Nicolas Fritsch, en die naam deed me een belletje rinkelen. Op meer dan 43 000 starters was het een ex-profwielrenner en huidig expert bij Eurosport die mij die laatste meters motiveerde. Snel even zijn strava checken: daags voordien reed hij 200km op de tijdritfiets in voorbereiding op de IM in Nice. Het plaatst mijn prestatie in perspectief, 2u51 is mooi maar stelt weinig voor als je dat ziet!

Mijn oranje referentie kwam binnen in 2u56’24, met andere woorden de tijd waar ik voor vertrok. De rode kwam binnen op 3u01’25. Ik stak hen pas voorbij na 25km. De marathon wordt gelopen in de laatste kilometers.

En nu?
Mijn doel om de marathon van Parijs te lopen als extra ervaring en om te zien waar ik landde zonder specifieke voorbereiding of 100% focus op eten en vooral als extra kennis richting eventueel Valencia dit najaar, is wat mislukt. Ik weet nu wel dat ik onder de 2u50 kan duiken, zeker op een vlakker parcours, maar ik heb momenteel het gevoel dat Parijs voor dit jaar misschien wel volstaat. De lat ligt nu immers wel al een stuk hoger, haha laughing. De focus gaat, na de rustperiode, weer naar de 10. Daarna zien we wel. En nu vooral genieten van die prestatie. Wat was-ie mooi, de marathon van Parijs, net als die van Valencia!

1000 Characters left