lins3.jpg

Linsey schrijft verder: tijd om te cashen?

  • Linsey

De euforie die ik urenlang (lees: dagenlang) heb mogen ervaren tijdens en na mijn 1ste halve marathon van Eindhoven miste zijn doel niet. Ik schreef me al snel in voor een 2de halve marathon: de halve van Utrecht. Die liep ik, dit keer in mijn eentje, op 19 maart 2017. Met een finishtijd van 1u53’37” was ik relatief tevreden gezien de toenmalig ongunstige weersomstandigheden. Deze blog is trouwens een vervolg op mijn eerdere blog 'Over hoe ik verliefd werd op het hardlopen'. Lees deze zeker om te kunnen volgen met wat volgt! :-)

Het is vooral die relatieve tevredenheid die me achterliet met een gevoel van onbehagen… Het idee dat er misschien toch wel meer had ingezeten, bleef aan me knagen en zo werd ik geconfronteerd met een strijdgevoel wat vele hardlopers wellicht bekend in de oren zal klinken: the game was on! En zo was ik er klaar voor om de competitie aan te gaan met mezelf.

Het is wellicht de aard van het menselijk beestje maar na verloop van tijd ben je niet meer tevreden met zomaar een “ok-tijd” neerzetten. Dat ik nog niet zo lang bezig was met hardlopen en dat ik dus wel wat mild mocht zijn voor mezelf, daar stond ik nauwelijks bij stil. Mijn drang naar verbetering werd mede versterkt door het gevoel dat ik nog lang niet op “de limiet van mijn kunnen” was beland. Het dreef me tot het maken van een, in retrospect, naïeve beslissing. Namelijk, niet alleen had ik nu mijn zinnen gezet op een scherpere tijd op mijn 3de halve marathon, ik wou ook sneller worden op de 10km. Ik besliste daarom om, naast mijn duurlopen, ook meer tijd te gaan investeren in tempolopen en intervaltrainingen.

Tempowerk
Dat al dat snelheidswerk niet aan mij besteed was, werd al heel snel duidelijk. Wat vond iedereen toch zo plezant aan al dat tempowerk?! Ik die zo hard kon genieten van een langere duurloop (de 15-16km is mijn absoluut favoriete afstand!), werd helemaal gek van dat intervallen. Ik merkte ook dat ik veel meer tijd nodig had om te herstellen na dat soort trainingen en dat het gebrek aan snel resultaat me frustreerde: ik werd naar mijn gevoel namelijk helemaal niet sneller. Uiteindelijk heb ik me wellicht te veel blind gestaard op een paar wedstrijdtijden en heb ik te weinig gekeken naar wat echt van belang was, bv. intervalgrafiekjes die er best behoorlijk uitzagen alsook de corresponderende hartslaggrafiekjes. Dat laatste, de hartslagmetingen, vormden overigens echt wel het bewijs dat ik daadwerkelijk beter was geworden.

Tijd om te cashen
Hoewel de volgende halve marathon pas in oktober op de agenda stond, kon ik er niet aan weerstaan om de langere duurlopen te blijven doen. Misschien was het de angst dat ik mijn vermogen tot afstand lopen zou verliezen maar meer nog was er denk ik de passie, het gevoel dat ik ervaar nadat ik er meestal al zo’n 10-12km heb opzitten. Dat is het moment waarop het genieten voor mij pas écht goed kan beginnen.
All-in-all kwam het erop neer dat ik én mijn afstand wou onderhouden én sneller wou worden op de korte afstand. Ik ging daarom vlijtig door met mijn wekelijkse twintigers en voegde er ook nog eens wat snelheidswerk aan toe. Weldra zou het moment aanbreken dat ik kon gaan “cashen”: de zomerwedstrijden stonden voor de deur en ik zou eindelijk kunnen zien of al het snelheidswerk had geloond. Het was rond die tijd dat ik begon te beseffen dat er wat mis was…

De eerste tekenen
Ik herinner het me nog goed: het was 9 augustus 2017 toen ik met mijn loopmaatje Karlien een duurloop van 105’ op de planning had staan. Hoewel de run vlot verliep, merkte ik dat ik de laatste kilometers last had van mijn rechterkuit. Ik maakte de loop af maar eigenlijk zat ik er al door op 15km… Het was al lang geleden dat ik nog eens serieus spierpijn had gehad en ik vroeg me af of dit misschien gewoon de vermoeidheid was die ik voelde. Het zou teken van overbelasting zijn geweest. Helaas realiseerde ik me op dat moment niet…
De volgende training op de agenda was een 10x1’ intervaltraining. Bij de start van de training werd meteen duidelijk dat iets niet goed zat: ik begon al mankend aan de opwarming. Na een 10-tal minuten zat ik volledig in de flow en was het pijnlijke gevoel weggeëbd. Ik rondde uiteindelijk een deftige intervaltraining af en had geen idee wat me die nacht te wachten zou staan.
Het was ongeveer 2u ’s nachts toen ik wakker werd van de pijn in mijn kuit. Het was een pijn die ik nooit eerder had ervaren en die ik niet meteen kon thuisbrengen. Er zeurde iets in mijn been en ik kon de slaap nauwelijks hervatten. Ik zou die week nog een laatste keer een volledige 10km gaan lopen. Er stond namelijk een wedstrijd op de planning die ik erg graag wou lopen. Dat ik die wedstrijd niet zou kunnen lopen was toen eigenlijk al duidelijk maar eerlijk: ik had nog steeds hoop dat ik snel weer aan de bak zou zijn…

1000 Characters left