IMG_6957.JPG

Maraton Valencia: breaking 3.

  • Christophe

De kortst mogelijke versie van dit blogbericht zou kunnen zijn: ‘t is gelukt. Zondag liep ik de marathon van Valencia in 2u58’47 en realiseerde iets dat de laatste maanden ‘De Grote Droom’ werd en één jaar geleden onmogelijk leek. Uitlopen het doel, onder de 3u duiken de droom.

Mijn voorbereiding verliep quasi vlekkeloos, dat lazen jullie al. Zondag was het dan alleen nog maar die 42,195km afhaspelen - ‘maar’.
Die lange tocht begon met een bijzonder goede nachtrust. Het duurde even eer ik in slaap viel, maar daarna sliep ik als een roos. Voor één keer ook geen moeite om op te staan, elke vezel in mijn lichaam wist het: ‘t is zo ver.
De berichtjes in het Whatsappgroepje verraden het al om 5u30: we waren gezond nerveus. Peter zocht zelfs op de verkeerde verdieping naar dat wit brood met confituur, we zaten allemaal al aan de ontbijttafel voor de zaal officieel geopend werd.

Na dat ontbijt was het tijd om in de outfit te duiken, gelletjes te tellen, te poseren voor de groepsfoto en Loes een laatste kus te geven. Larissa en zij hadden het ambitieuze plan om ons op 6 plaatsen toe te schreeuwen - ook voor hen zou het een redelijke marathondag worden.
Daarna ging het te voet richting start, en richting opkomende zon. Het lichaam schreeuwt ondertussen om te kunnen lopen, maar de sfeer in de groep is bijzonder relaxt eigenlijk. Zelfs de grootste stresskippen konden nog lachen.

Daar doemt-ie dan op: de startboog. Weer wat extra spanning. Zakje afgeven aan de box, een laatste pisstop en iedereen nog even succes wensen voor we het startvak induiken. Oef, stress overvalt me. Daar sta ik dan tussen lopers met ervaring en een blakende vorm. De scherpte straalt van hen af en we lijken dat ook van mekaar te beseffen. Ik dring niet naar voren, richting de pacers van 3u, maar hoop Wim en Jeroen nog te vinden achteraan het vak.
Vertrouwde gezichten zijn even belangrijker dan de stress rond de pacers. De truitjes van RUN TMC maken het gelukkig makkelijk om hen te herkennen en in de laatste minuten voor de start komt ook Tim ons vervoegen. Hij murwde zich van zijn startvak naar het onze.

Het startschot gaat en na een dikke halve minuut loopt ook ons kwartet over de streep. 3u à 3u05 zijn de doelen, maar we hebben niet afgesproken om ‘no matter what’ samen te blijven. Iedereen zijn wedstrijd en volgen wie kan.
Na nog geen 300m zit Tim zijn marathon er eigenlijk al op: een dwaze loper die rechts van ons loopt wil naar links, passeert voor mij maar tackelt Tim langs achter. Natuurlijk niet met opzet, maar wel heel ongelukkig. Ik vertraag, kijk achterom en hoor Tim schreeuwen. Lap, ‘t is toch niet waar hè? “Tim is gevallen, ik hoop dat het niet te erg is maar vrees er voor.”, zeg ik tegen de anderen. Tim met wie ik alle harde marathontrainingen afhaspelde de laatste 3 maanden.
Tim die ook al meer dan eens pech had in zijn sportcarrière. Toch zit er voor ons niks anders op: knop omdraaien en verder!
Die eerste honderden meters waren geruststellend: geen flessenhalseffect, geen ‘tricheurs’ die eigenlijk in een trager vak thuis hoorden. “Hier verliezen we al geen tijd.”, denk en zeg ik nog.

We gaan ondertussen richting kilometer 2 en 2 dingen vallen mij al op:
- de pacers zijn by far niet te zien - die boot heb ik dus gemist
- de Garmin klokt vroeger af - wat ik zie op de klok is dus trager dan het effectieve tempo
En toch blijf ik rustig, best onverwacht. Want die 2 dingen betekenen dat het een wedstrijd ‘op mijn eigen’ zal worden en niet 100% volgens 'het plan'.
Wanneer Tim dan iets na 2km ook weer aan mijn rechterzijde opduikt, is de moraal weer een pak hoger. Hij schat zijn schrammen op dat moment niet al te erg in, maar later blijkt dat zijn bekken een serieuze smak gekregen heeft.

Op 5km loop je over de tijdsregistratie en besef ik dat vrienden en familie voor het eerst een indicatie krijgen van tempo. Te vroeg natuurlijk om al echt van belang te zijn, maar toch. 4’18 gemiddeld is trager dan wat nodig is en dus perfect, want het doel. Ik kijk rond mij en herken niemand.
Ik leef van 5 naar 5 (dus van gelletje naar gelletje) en van Loes naar Loes. Na 7km zou ik haar en Larissa een eerste keer moeten zien en/of horen. Maar de groep waar we in lopen is best wel groot en ik krijg wat schrik. Blijkt ook nog eens dat ik zelf een verkeerd gelletje in mijn broek stak en dat ik dus een ander nodig had. Ik moest dus kunnen communiceren met haar, want zij had de reserve in de rugzak steken.
Daar staan ze dan, rechts van de weg. Ik hoor hen, maar herken hen te laat om nog te kunnen roepen.

Na 10km zit ik op schema van 4’15 en 1km later zie ik de supporters weer. Ze roepen op mij én op Wim. Die kan dus niet ver achter zijn! Ik kijk achterom en zie de wolf. Iets later lopen we samen en hoor ik wat ik wil horen: “dat komt hier goed vandaag!”. Wim zegt ook dat het niet is omdat we nu samen lopen, dat we naar mekaar moeten kijken. We malen de kilometers richting 20 af en ik merk dat Wim een paar seconden achter zit. Nog altijd perfect op schema. Op 17 passeren we aan Mestalla en kan ik Loes toeroepen dat ik een gelletje moet hebben de volgende keer. We lopen nog altijd in een grote groep en in de verte zie ik de pacers van 3u opduiken.
Rond die km 17 begint mijn rechter quadriceps ook wat te steken. Dat kon natuurlijk niet, want ik had er de hele voorbereiding geen last van. Veel te vroeg voor krampen ook, want ik dronk telkens meer dan voldoende water.

De halve marathon klok ik in 1u29. Buiten het gevoel was dat de enige referentie dat het goed zat. Ik wist niet of het 1u29’01 of 1u29’59 was, want mijn timer met seconden stond niet ingesteld. Domme fout. Gedurende de hele marathon heb ik trouwens op géén enkel moment mijn hartslag bekeken. Die HS zat gewoon goed, dat voelde ik.
We lopen nu écht richting centrum Valencia en de vlaggen van pacers komen dichter en dichter. Maar die quadriceps is niet oké, dat kramperige gevoel trekt niet weg. Stilaan begin ik aan mezelf te twijfelen: heb ik vanmorgen mijn zolen wel in mijn loopschoenen gestoken? Want normaal is dit toch echt niet. Ik kan echter niet meer doen dan lopen, drinken, gelletjes nemen en hopen dat die krampen pas voor véél later zijn.
Wim zie ik ondertussen niet meer rond mij, hij heeft de mobiele toiletten opgezocht. Het bord van de 25km verschijnt en het tempo zit nog steeds goed. Ik zit nu in het groepje achter de pacers. Loes staat na 26 en ziet mij op het laatste nippertje om mijn gels aan te geven. Oef! Wat een geluk trouwens, want er staat een massa volk naast de weg. En voor hetzelfde geld liep ik aan de andere kant.

Voor Loes werd het dat een helse race van 26 naar 30, lastiger dan voor mij zelfs. Ze miste mij er op een haar na maar kon wel Wim nog toeroepen. Die liep zowaar terug in op mij! Maar hij vroeg ook weer achter een toilet...
Geen Loes dus op 30, maar ook geen paniek wat dat betreft. Kilometer 38 zou ze zeker halen en dat was mentaal ene belangrijke. De pacers liet ik ook achter mij. Ik had het toch al zonder hen moeten doen gedurende het merendeel van de marathon, dan maar proberen om een stukje onder die 3u te lopen.

Vanaf nu is het onbekend terrein: ik liep nooit langer aan dat tempo. Waar de eerste kilometers ‘chill’ waren, werd het nu werken. Vanaf kilometer 32 was elke meter onontgonnen terrein en dat weegt. Aftellen naar 35 en dan weer optellen tot ik Loes zie. Hoe zwaar het ook voelt, ik loop nog altijd tegen mijn marathonpace. Vanaf 37 zit de kramp er quasi in, ‘t is echt werken om de meters te maken. Waar de kilometers voorbijvlogen tot pakweg 25, lijkt elke 200m nu verder dan ooit.
Grote bocht naar links en daar hoor ik Loes. Oef, die schreeuw had ik nodig. Ik doe teken dat ik kapot ben, maar volgens Loes is het nog maar “effe”. Mijn loopstijl is altijd al hoekig geweest, maar zo hoekig als op haar filmpje was ze nog nooit. Elke meter is vechten. Iets voor kilometer 40 hoor ik Inge schreeuwen en op kilometer 40 krijg ik mijn eerste emotionele opstoot: ik klok 2u49 en weet dat sub 3 gaat lukken. Die laatste 2km wandelden we ‘s morgens ook, want liep van hotel tot de Ciudad. Het kan niet meer fout gaan. Er staat GIGANTISCH veel volk langs de kant en mensen schreeuwen je naar die streep.
Maar het is écht op. Versnellen zit er niet in, het enige wat ik wil is die fucking blauwe loper op het water. Van een kleine afdaling in de laatste kilometer hoopte ik om het tempo nog even naar omhoog te trekken, maar no way José, ‘t is daar dat de kramp er het hardst in schiet. Ondertussen loop ik al 3km met het gevoel dat als ik moet stoppen met lopen owv een val, passant of andere pech, ik in geen enkel geval opnieuw kan vertrekken.

Liep ik vroeger een 800 in 2’03, dan leek die afstand nu verder dan ooit. Bijna op die blauwe loper, bijna op het water en dus bijna binnen. Links zaten de fotografen en ik wijs op de feniks van het palukoshirt. Pure symboliek. De handen gaan in de lucht op een paar meter voor de streep en ik klok af in 2u58’48 op mijn Garmin.

Kicken. ‘t Is gelukt.


Maar zo snel als ik binnen ben, denk ik ook aan de anderen. Het ging goed met Wim, dat PR van 3u08 moet er écht aan. We trainden voor 3u05, maar het zag er écht wel beter uit dan dat. Hopelijk zie ik hem finishen. De Spanjaarden willen natuurlijk dat ik mij richting uitgang begeef. Ik veins hevige krampen, hijg wat harder en strompel wat verder tot ik de speaker ineens ‘de Belgica’ hoor roepen. Er deden er meer dan 900 mee, maar deze Belg móest Wim zijn. And it was. Ik zie het truitje, steek mijn armen in de lucht en bij Wim van hetzelfde. 3u02, ‘t is hem gelukt! We vallen mekaar in de armen, pure blijdschap.

Niet veel later komt ook Jeroen over de streep in een fantastische 3u05. Dat het met Tim minder goed ging hadden we dan al door, maar van de rest wisten we niets. Zo snel we konden wandelden we richting bagagebox - en dat was niet bijzonder snel. Wim had z’n gsm in het zakje gestoken en zo stonden we weer in connectie met de wereld. Volgens de app is Joris gepasseerd op 40, maar we zien geen tussentijd. Bij Fabien, Joeri en Didier is dat wel het geval. Wat is er gebeurd met Joris?
We martelen onszelf door de trappen op te gaan en van bovenaf de finish te bekijken. We zien Didier met zijn luxehazen de blauwe loper betreden. Fabien amuseert zich duidelijk en legt alles op beeld vast. Ze finishen in 3u31, een stevig PR voor Didier. Maar Joris laat ondertussen nog geen tussentijd optekenen op 40km. Opgegeven? Ziek geworden?
Wim krijgt een berichtje dat Joris gevallen is. Paniek. Bellen naar Inge. Wim krijgt Joris aan de telefoon en dan blijkt dat hij niet écht gevallen is: gelletjes niet opgenomen en dus helemaal leeg. Zijn verhaal volgt nog wel. Na 50min liggen op een bankje en in een ziekenwagen, haspelt hij toch die laatste 2km af.
Tom is ondertussen binnen, ook Tim heeft doorgebeten en bereikt de finish. Peter liep samen met Andi de marathon netjes uit. Op pijnstillers en met niet té veel last. Een goed teken?

Joris bereikt letterlijk de finish met vallen en opstaan na 4u29. Dat is één uur trager dan gepland, maar hij is verdorie wel binnen. Die medaille hé.


Terwijl we daar op de trapjes, onder een blakend zonnetje, mekaar zitten te feliciteren, realiseer ik me stilaan wat die marathon betekent. Ik zie Loes opduiken tussen al het volk, breed glimlachend. Ook zij doorstond de afgelopen weken mijn hele voorbereiding en lachte me zelfs niet uit toen ik ook mijn keukenweegschaal mee richting Valencia nam. Schat van een lief.
Dat grote doel is bereikt. Die hele voorgeschiedenis maakt de climax nog groter: dit maak ik maar één keer mee. Achter de zonnebril komen enkele tranen op, die alleen Loes ziet. Mooier kon dat moment niet zijn.

De marathon is afzien, dat kan ik nu wel zeggen. De marathon is groots en emotioneel. De marathon neemt ook je hele omgeving mee in vervoering. Loes liep rond met mijn gsm en hoorde constant bliepjes van berichtjes met succeswensen en felicitaties. Ze werd ook verslaggeefster voor haar en mijn familie: “hoe ziet hij er uit?”.

Bedankt voor het volgen, bedankt voor de berichtjes, bedankt voor de steun. Een marathon is vooral ook kippenvel, dankzij jullie.

Speciale dank ook aan Fabien. Toen hij sub 3 liep, liepen wij soms rondjes op de Watersportbaan in Gent, mijn studentenstad. Ik had toen totaal geen idee van wat die marathon betekende en welke opofferingen een mens daar moest voor doen. Hij was ook degene die mij na een barslechte eerste zit op mijn witte Toccata telefoneerde (kottelefoon waar niemand eigenlijk de nummer van had) om te zeggen dat alles wel goed kwam. Hij was één van de eersten om mijn eigen stekje te inspecteren, nadat hij me terugbracht van een concert van Interpol. Fab is er met andere woorden altijd geweest op belangrijke/symbolische momenten.
Hij heeft ook zijn 'share of bad luck' gehad, liep jarenlang geen marathon meer. Laat 2017 voor hem en mij een keerpunt zijn. Ik hoop dat die eerste samen niet de laatste was.

1000 Characters left